maandag 18 februari 2013

Mondeling Compoweek #2

Opdracht 1

Begrippen:

Eclectisch: Streven om verschillende stijlen denk- en werkwijzen te versmelten tot iets nieuws.
Chromatisch: Een toonladder die steeds een halve toon omhoog gaat en dus alle twaalf de noten binnen een akkoord afgaat.
Libretto’s: Tekst van een opera, cantate of musical.
Grand opéra: Ernstige, grootse opera met modernere, romantische thema’s.  
Exotisme: Voorkeur voor het verre en onbekende. Een romantische kunstvorm schilderachtige en kleurige elementen bevat.
Gesammtkunstwerk: Een dramatische opera met betekenisvolle inhoud. Een bekende componist binnen dit genre is Wagner.
Leidmotief: Een motief of thema dat binnen het kader van de compositie kenmerkend is voor een persoon, een zaak of gebeurtenis. Dit motief komt telkens voorbij als die persoon, zaak of gebeurtenis voorbij komt.
Absolute muziek: Muziek zonder verband  met een buitenmuzikaal gegeven, zoals literatuur of natuur.
Programmamuziek: Instrumentale muziek met een buitenmuzikale inhoud.
Symfonisch gedicht: Een in de negentiende eeuw ontwikkelde eendelige programmische compositie voor een orkest, waaraan een verhaal, gedicht of schilderij ten grondslag ligt. 
Divertissement:  De letterlijke vertaling is ‘vermaak’ of ‘amusement’. Het gaat hier om balletstukken die voor het vermaak zijn.
Klassieke pas de deux: Virtuoos hoogtepunt in een klassiek-romantisch ballet. 
Melodrama: Aanduiding van een gesproken tekst met muzikale begeleiding.
Vaudeville: Kort toneelspel met zang en orkestbegeleiding.
Wals: Een langzame dans of muziek, gekend door een driekwartsmaat.
Liederencyclus: Een reeks liederen over een centraal thema. 

Namen:

William Turner: Engelse romantische kunstschilder die vooral veel landschappen en marines schilderde. Zijn schilderijen waren erg populair in zijn tijd en zijn nu nog steeds gewild.
John Constable:  Een Engelse natuurschilder die vooral met aquarel werkte. Lichteffecten en wolken zijn vooral zijn vaste thema’s.
William Morris: De utopisch denker van het 19e eeuwse Engeland. Een romanticus in hart en nieren en de grondelegger van het fantasygenre.
Charles Garnier: Franse architect die bekend is van de Opéra Garnier en de Monte Carlo Casino.
Richard Wagner: Componist uit de 19e eeuw. Vernieuwde de muziek compleet met zijn bijzondere opera’s.Hij zocht naar de perfecte vereniging van het woord, muziek en toneelspel.
George Bizet: Frans componist, vooral bekend van zijn opera Carmen.
Johannes Brahms: Duits componist, dirigent, pianist en organist. Vergaarde veel roem binnenzijn eigen land met zijn unieke speelstijl.
Marius Petipa: Franse balletdanser en choreograaf. Heeft veel van de grootste balletstukken ooit bedacht, waaronder de notenkraker.
Tsjaikovsky: Russisch componist. Werd door zijn landgenoten als té westers omschreven. Zijn muziek werd in het westen dan ook erg gewaardeerd.
Paganini: De “Duivelviolist”, zo werd hij genoemd. Misschien wel de grootste violist van de 19e eeuw. Hij schminkte zijn gezicht wit en deed een cape o mom nog enger te lijken en zijn act nog beter uit de verf te laten komen.
Johan Strauss jr.: Oosterijks violist en componist bekend van vele walsen en operettes zoals an der schönen blauen Donau.
Frans Schubert: Oosterijks componist uit een slechtere buurt die zichzelf omhoog heft gewerkt. Bracht unieke klanken met zich mee.
Friedrich: Duits romantisch schilder. De natuur stond centraal in zijn werken.

Opdracht 2

Job: 

Ik neig meer naar de romantische kant dan de realistische. Vanwege de fantasie die er vaak in verwerkt zit vind ik het interessanter om naar het werk te kijken. Een ‘realistische’ weergave kan ook erg boeiend zijn, maar de situaties die daar weergegeven worden zijn vaak situaties die mij al bekend zijn en mijn interesse dus korter vasthouden. Ik luister vaak naar filmmuziek, waar dus geen tekst in zit. De melodie en het gevoel dat de muziek meegeeft bepalen of ik de muziek mooi vind, er hoeft van mij dus niet per se een verhaal verteld worden. Ook als ik liedjes met tekst luister, let ik vaak veel minder op de tekst dan op de muziek. Ik ‘kies’ mijn nummers op melodie en gevoel, hoe diep of mooi de tekst ook mag zijn. Ook als ik films kijk vind ik de romantische elementen vaak mooier. In films vind ik natuurlijk het verhaal belangrijk, maar ik hecht ook heel veel waarde aan het visuele aspect. Zelfs in films die een waargebeurd verhaal vertellen zitten romantische elementen, wat vaak de emotie van het verhaal versterkt. De inhoud van zowel muziek als schilderijen als films zijn belangrijk, maar ik vind het ook erg belangrijk dat die ondersteund worden door het juiste, enigszins ‘romantische’ gevoel.

Hugo: 

Ik sluit me bij Job aan. Ik ben ook meer een romanticus. Ik lees veel en fantasy is toch het genre waar ik altijd in duik. Negen van de tien boeken die ik lees vallen binnen dat genre. Voor schilderijen en tekeningen maakt het romantiek en realisme me weinig uit. Ik vind het meestal mooi of niet mooi, en de achterliggende gedachte boeit me dan niet bijzonder veel. 
Bij muziek is het weer een ander verhaal. Ik luister veel elektronische muziek (Glitch Hop, Dubstep, EDM, ect…), daarvan durf ik niet direct te zeggen of het romantisch of realistisch is. Ik denk romantisch omdat het iets unieks en speciaals wat niemand eerder bedacht heeft. Bij films zit er, zoals Job zei, veel romantiek in. Het is iets wat mensen willen. Als er geen romantiek in films zat, dan zouden veel minder mensen er naar kijken. Wie wil er nou ontsnappen naar een wereld die precies hetzelfde is?


3.
Romantisch schilderij

'Fishermen at sea' door William Turner

 Realistisch schilderij
'Fishing boats at sea' door Paul Jean Clays

Naast de titel lijken deze schilderijen ook visueel erg op elkaar. Beiden laten vissersboten zien op zee. Het eerste schilderij is een romantisch schilderij, wat goed te zien is aan het feit dat de natuur hier duidelijk ‘wint’ van de mens. Het stormt en het is midden in de nacht, alleen maar natuurlijke verschijnselen die het de mens bemoeilijken om te overleven. De maan die te zien is, is natuurlijk toegevoegd als natuurlijke lichtbron (een andere manier waarop de mens volledig afhankelijk is van de natuur), maar dit is niet het enige effect wat de maan heeft. Het is een volle maan, die vaak geassocieerd wordt met gevaar vanwege de mythe van de weerwolf. Ook laat het licht een mooi contrast zien, wat de algemene sfeer wat wonderlijker maakt. De voorste vissersboot is hier ‘het individu’, wat een kenmerk is van de romantiek. Een compositie zoals deze zou nooit mogelijk zijn om op foto vast te leggen, tenzij er naderhand hevig met Photoshop overheen gegaan wordt.

Het tweede schilderij laat een soortgelijke compositie zien op een hele andere manier. In tegenstelling tot het eerste schilderij is het dag en schijnt de zon, natuurlijke factoren die de mens het leven zeker niet bemoeilijkt. Er zijn golven te zien, maar het stormt niet en de vissersboten kunnen dus makkelijk aan land komen. Alleen al het feit dat ze aan land komen en niet midden op zee zitten geeft aan dat de reis goed is verlopen en de mens dus heeft overleefd. Ook de mensen die aan de kust staan, zo dicht bij de zee, geeft aan dat er absoluut geen gevaar is. De compositie is waarschijnlijk niet expres mooier gemaakt dan dat hij in werkelijkheid geweest was. De slagschaduw van de wolken vallen tot net achter de ‘toeschouwers’ op het strand en de voorste vissersboot, wat waarschijnlijk niet zo geweest zou zijn in een romantisch schilderij. Als je aandacht op een bepaald punt wilt vestigen, is het logischer om dat stuk juist op te lichten. Er staat dus niks volledig in de aandacht en gaat dus meer om de totale sfeer dan een individu, wat tegenstellend aan de romantiek is en dus beter bij het realisme past.

Opdracht 4

Romantisch:

Trailer van 'Life of Pi' geregisseerd door Ang Lee

Deze trailer heeft op het eerste zicht al gelijkenissen met ‘Fishermen at sea’. Ook hier bevindt een schip zich in een storm, al wordt hier al duidelijk hoe dat afloopt. Tijdens de storm zie je de jongen (‘Pi’) een poging doen om uit het schip te komen, wanneer er een zebra in paniek langskomt. De natuur overschaduwt hier dus niet alleen de mens, maar ook dieren, die ook onderdeel van de natuur zijn. Toch overleeft er een tijger, die door Pi wordt gevonden op een reddingsboot. Ze zitten nu samen vast op zee. Pi wordt dus op twee manieren ‘overwonnen’ door de natuur. Hij zit vast op zee, zonder enige hulp en zonder land in zicht, wat aangeeft hoe groots de zee is. De tijger is een roofdier en dus levensgevaarlijk voor een mens, zeker als hij het enige vlees is dat aanwezig is. Pi moet dus op tijd van de boot af zien te komen of een manier moeten vinden waarop de tijger hem niet opeet. Het is dus het overwinnen van je eigen angsten wat centraal lijkt te staat in deze film. Ook visueel gezien bevat de trailer veel romantische elementen. De zee is volledig met de computer gecreëerd, wat de makers extra vrijheid gaf in het weergeven van de gewenste beelden. Er zitten verschillende beelden in de trailer van de zee met heel klein een bootje in beeld, wat de grootsheid van de natuur benadrukt.

Realistisch: 


Reconstructie van de Ark van Noach, ontworpen door Johan Huibers

Deze reconstructie van de Ark van Noach laat zo nauwkeurig mogelijk zien hoe de Ark uit de verhalen van de bijbel eruit gezien moet hebben. Al zal de beschrijving van de ark in oude verhalen wel wat geromantiseerd zijn, volgt deze versie die beschrijvingen wel precies, zonder het er mooier uit te laten zien dan het origineel geweest zou zijn. Natuurlijk zal deze versie wel wat beter gebouwd zijn, maar dat is vooral door veiligheidsredenen. Toch heeft de ark romantische kenmerken. De ark zelf niet zozeer, eerder het oorzaak van het bouwen van deze reconstructie. De ontwerper, timmerman Johan Huibers, kreeg het idee na een droom over het onder water lopen van Nederland, waarna hij de ark wilde herbouwen. Aangezien de romantiek vaak zijn inspiratie leent aan dromen of dromerige beelden, zou de gedachte achter de ark wel romantisch genoemd kunnen worden.




woensdag 16 januari 2013

Cantus Firmus

House of the Rising Sun

De groep:
Maartje de Beer
Cihan Erel
Job van Etten
Tim van Helfteren
Bladmuziek
Akkoorden

Zangmelodie

De akkoorden zijn door Tim op gitaar gespeeld. Ik speelde deze gebroken op piano. Cihan verzorgde het ritme op het drumstel en Tim en Maartje zongen de zangmelodie.



donderdag 8 november 2012

H3 'De Bespiegeling' - samenvatting


De middeleeuwse stad

Op het knooppunt van handelswegen groeien de steden. Stadbewoners waren middenstanders. Kloosters kwamen ook in de steden en dit zorgde voor een verbintenis tussen kerk en stad.
In de late middeleeuwen stond de kerk centraal. In steden met een bisschopszetel werden kathedralen gebouwd.

Troubadours aan het hof

Troubadours/Trouvères: benaming voor hoofse dichters in Frankrijk tussen het einde van de 11e eeuw en het begin van de 14e eeuw. Ze zijn letterlijk de makers van tekst en
melodie en trekken langs de hoven om hun gedichten en liederen ten gehore te brengen.
Minnesänger: benaming in Duitsland, ontstaan in de 12e en 13e eeuw voor zangers en muzikanten aan het hof die vooral de hoofse lieden bezingen - troubadours.
Hoofse liefde: benaming voor de cultus ontstaan in het Frankrijk van de late middeleeuwen waarin de vrouw wordt aanbeden en bezongen
Motet: Vocale compositie op vooral geestelijke tekst, vaak polyfoon of a-capella. 

Vaganten

Vaganten zijn straatartiesten in de middeleeuwen. Ze staan laag in aanzien en steden maken wetten om te voorkomen dat ze optreden op ongewenste plaatsen en tijden. Hun muziek is in tegenspraak met de strenge kerkelijke muziek. De kerkt noemt ze “minstrelen van de satan”. Ze improviseren veel en vertonen een mengvorm van muziek, theater en circusachtige acts. Van Maerlant was tegen het artiestenvolk.

Mirakelspelen

In de late middeleeuwen worden straatmuzikanten meer geaccepteerd en ze mogen gaan zingen in de kerk. Buiten de kerk worden theaterspelen opgevoerd in volkstaal.
Mirakelspel: Middeleeuws theatergenre verwant met het liturgisch drama. Menselijke drama’s krijgen een ontknoping door tussenkomst van Maria of andere heiligen.
Passiespel: spel, vooral in de late Middeleeuwen en vroege Renaissance, waarin het lijden van Christus het Hoofdthema is, voortzetting in de volkstaal van de Paas-liturgie.

Wagenspelen

Wagens waarop scènes te zien waren trokken door de steden. Het thema was afgeleid van de Gilde waarbij het hoorde.
Wagenspel: Middeleeuws, meestal kort toneelspel, aanvankelijk religieus, opgevoerd op een platte wagen.

Kloosters in de stad

Nieuwe kloosterorden (bedelorden) in de steden, vooral franciscanen en dominicanen. Hierin wordt zonder luxe geleefd. De franciscanen leven volgens Franciscus. Hij heeft al zijn geld opgegeven om volgens de Bijbel te leven. Stierf in 1226.
Bedelorde: religieuze orde waarvan de leden leven van giften van de burgerij in ruil voor diensten zoals het geven van onderwijs of het verzorgen van zieken: franciscanen, dominicanen, kapucijnen.

Christus als voorbeeld

Franciscus benadrukt de menselijke kant van het leven van Christus. Christus werd vanaf deze tijd niet meer als een zeer hoog persoon afgebeeld, maar als Mensenzoon. Ook ontstaan de afbeeldingen van de veertien kruiswegstaties. Thema’s als de geboorte en dood van Christus worden populair.
Franciscus gelooft dat het mogelijk is Christus’ voorbeeld te volgen door te lijden.

Eerste universiteiten

Vanuit de kloosters ontstaan de eerste universiteiten. Er wordt les gegeven in bestudering van de Bijbel en het interpreteren van klassieke bronnen.
Thomas van Aquino: Verbindt de Griekse denkbeelden van Aristoteles met theologische opvattingen.
In de late middeleeuwen maken fabeldieren, gedrochten en gefantaseerde duivels in de gotiek plaats voor mensfiguren en afbeeldingen van echt bestaande dieren en planten uit de natuur.

Giotto

Giotto: Eerste persoon die Bijbelse figuren weergeeft als mensen van vlees in bloed. Ook werkte hij met lijnperspectief.
Fresco: Muur of plafondschildering op een vers aangebrachte vochtige kalkondergrond met behulp van met water aangemaakte pigmenten.
Lijnperspectief: Wetmatige aanduiding van de ruimte, waarbij de regelmatige verkleining naar een verdwijnpunt op de horizon uitgangspunt is. Toegepast vanaf de Renaissance.

Piazza del Campo

De kerk is vaak het centrum van de stad in West-Europese steden. In Italië is dat het stadhuis.
Ondanks de toenemende bevolking in Siena in de late middeleeuwen blijft er ruimte over voor een plein: de Piazza del Campo. Aan de rechterkant staat het Palazzo Pubblico. Hierin zetelt het stadsbestuur (de Nove).
Hier is de macht niet in handen van een vorst of van de kerk, maar hebben de burgers het voor het zeggen.

Het goede bewind

De Nove geven Ambrogio Lorenzetti de opdracht twee fresco’s te maken met op het ene de gevolgen van goed en verstandig bestuur en op de andere die van slecht verstuur. Op het fresco ‘Het goede bewind’ is te zien waar goed bestuur toe leidt.

De bouw van een kathedraal

Notre-Dame (1211-1457) is een van de zuiverste voorbeelden van een gotische kathedraal.
Driedeling van de kerk. Een middenschip met twee zijbeuken in de westgevel. Gevel is geen massief muurvlak en er zijn veel openingen en vensters.
Roosvenster: Rond venster in west- of transeptportaal, vaak voorzien van gebrandschilderde ramen.

Bouwloges

Waren nog geen architecten bij de bouw van kathedralen. Bouwmeesters stelden bouwplannen op en wijzigden die constant. Nieuwe inzichten en technologieën werden meteen toegepast. Geen rommelige indruk.
Heen en weer reizen van bouwloges zorgde ervoor dat gotiek een internationale stijl wordt.
Het vestigen in steden van ambachtslieden en het verenigen met gilden of coöperaties zorgde ervoor dat de belangen van de bedrijfstak veilig gesteld werden.
Bouwloges: Organisatie van ambachtslieden, architecten en bestuurders bij de middeleeuwse kerkbouw.
Gewelven: Gebogen bovenste afsluiting van een ruimte: wordt meestal geconstrueerd uit stenen die zijdelings tegen elkaar steunen.
Luchtbogen: Constructie in de vorm van een boog of een halve boog met de bedoeling de druk van gewelven en kapconstructie naar buiten af te leiden.

Skeletbouw

Gotische bouw: Dragende muren zijn vervangen door een skelet van spitsbogen. Soms spitse torens. Luchtbogen die naar buiten steken. Pinakels die de boven afsluiten.
Spitsbogen: Boog gevormd door twee elkaar snijdende cirkelsegmenten met gelijke straal: kenmerk van de gotiek
Skeletbouw: Constructiewijze waarbij alle dragende functies op een geraamte worden overgedragen.
Pinakels: Versierd element uit de gotische architectuur in de vorm van een smalle, met een piramide bekroonde Schacht.

Abt Suger

Abt Suger: Gaf de aanzet tot gotische bouwstijl. Hij hoopte dat bezoekers de kerkelijke ruimte zouden ervaren als een plek ‘ergens tussen hemelse heerlijkheid en het slijk der aarde’. Abt van de Saint Denis. Kerk gebouwd boven het graf van de heilige Dionysius, een martelaar. Sugar verfraaide de kerk.
Martelaar: Iemand die geleden heeft omwille van het geloof. Ten tijde van de christenvervolgingen in het Romeinse Rijk was dit eretitel.

Kleurrijke vensters

Sugar gebruikte het uitgangspunt “God is licht”. Veel gouden vaatwerk, edelstenen en alles wat men in de schepping voor kostbaar houdt gebruiken bij de inrichting.
Grote, hoge, kleurrijke ramen waarbij veel licht naar binnen valt. Hiervoor zijn nieuwe constructies nodig waarvoor geen dragende romaanse muren nodig zijn.
Gebrandschilderde ramen: Kunstvorm waarbij voorstellingen worden samengesteld uit stukken gekleurd glas die met elkaar worden verbonden door loodlijsten. Het gekleurde glas wordt beschilderd met email.

Chartres

De kathedraal van Chartres geeft de uitgangspunten van Suger duidelijk weer.
Op het Incarnatievenster (ca. 1150) zijn 30 taferelen te zien over het leven van Christus.
Gotische bouwstijl: Roosvenster. In het noordportaal van Chartres is een tronende Maria het middelpunt in het venster. Maria met Christus op haar schoot staat symbool voor de kerk.
Annuciatie: Letterlijk: aankondiging. Boodschap van aartsengel Gabriel aan Maria dat zij de Heilige geest zal ontvangen en moeder zal worden van Christus.

Liturgisch drama

Koor is het belangrijkste deel van de kerk. Latijn blijft de hoofdtaal maar er wordt moeite gedaan om al het publiek bij de dienst te betrekken. Steeds meer spektakel en vormen van drama tijdens vieringen in de kerk. Kerk/Kathedraal wordt ingedeeld in een aantal locaties, ‘huizen’, met vaste plekken voor hemel en hel. Geen decorwisselingen, wel kostuums, decorstukken en rekwisieten.
Liturgisch drama: Uitbreiding van de liturgie met dialogen en andere theatrale middelen.
Trope: Toevoeging van een nieuwe tekst in een bestaande compositie, vaak toegepast in de gregoriaanse muziek tijdens de middeleeuwen.

Musica mundana

Muziek zorgt voor een goede sfeer in de kerk. Geen muziekinstrumenten, die werden alleen gebruikt door troubadours en bij dansmuziek. Stimulatie polyfonie.
Musica mundana: Hemelse muziek die een afspiegeling is van wetmatige verhoudingen en bewegingen in de kosmos of de schepping.
Musica humana: De muziek van de mens: met de menselijke stem voortgebracht.

Polyfonie

Polyfonie zorgt voor meer emotie. Notre-Dameschool legde de basis.
Paus Johannes XXII was tegen polyfonie. Vindt dat de wellust teveel bevorderd wordt.
Polyfonie: Letterlijk: meerstemmigheid. Meerstemmige compositietechniek waarbij elke stem zich zelfstandig voortbeweegt en dus een zelfstandige melodie vormt. De harmonie is ondergeschikt aan het verloop van de stemmen.
Kapelmeesters: Leider van een kapel, dirigent.
Contratenor: Letterlijk: stem tegenover (contra) de tenor, toegevoegd aan de tenor.
Cantus firmus: Een meestal bestaande, aan het à gregoriaans, ontleende hoofdmelodie die als uitgangspunt gebruikt wordt in de à polyfone compositietechniek.
Notre-Dameschool: Vroege meerstemmige vocale muziek, religieus, zoals die ontstaan is vanuit de koorschool van de Notre-Dame, Parijs, dertiende eeuw.

La messe de Nostre Dame

Een aan Maria opgedragen mis in vierstemmigheid. Katholieke eredienst wordt nog grotendeels bepaald door opeenvolging van gezangen die in de loop van de twaalfde eeuw een vaste vorm krijgt. Vaste onderdelen in de mis: het Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei. Complexe zangpartij van Agnus Dei sluit aan bij de architectuur van de kathedraal.
Guillaume de Machaut: 1300-1377. Componist van “La messe de Nostre Dame”. Lange tijd cantor in de Notre-Dame in Reims geweest.
Canter: In vroegchristelijke kerk het ambt van liturgische zanger, later leider van het koor en muziekdocent verbonden aan de kerk.

Trecento

In Italië wordt de Franse polyfonie ingezet voor niet-kerkelijke muziek.
Francesco Landini: Belangrijkste musicus van de Italiaanse Trecento-muziek. Heeft nooit kerkelijke muziek geschreven. Zijn muziek bestaat uit madrigalen en ballate.
Trecento: Algemene naam voor (kunstvormen uit de) veertiende eeuw in Italië. Meer specifiek: Italiaanse meerstemmige muziek uit de veertiende eeuw.
Madrigalen: Vocale compositie op wereldlijke tekst, meestal over de liefde, met  polyfone en  homofone passages. Geschreven in de landstaal, vooral Italiaans en Engels. Vaak  a capella gezongen.
Ballate: In de middeleeuwen een soort verhalend danslied met volksliedkarakter, met coupletten en refrein. Vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw een lied op tekst van een literaire ballade, dat wil zeggen een gedicht met een verhalende inhoud. In de romantiek een instrumentale compositie in een vrije vorm, met het karakter van een verhalend gedicht.